Overzicht

Verzoekschrift aan het Europees Parlement - 2 november 2015
Huursombenadering: de volgende stap in het afbraakproces van de huursector - 2 juli 2015
Open brief aan FNV over de motie 'Stop de verhuurdersheffing' - 4 mei 2015

Brief aan de Raad van Europa (Commissaris voor de Mensenrechten) (Engels) - 4 augustus 2014
PowerPoint presentatie over de stichting
Woonlastenregeling - een voorstel - 28 maart 2014
Brief aan de Raad van Europa (Commissaris voor de Mensenrechten) (Engels, PDF) - 17 februari 2014
Brief aan de Raad van Europa (Commissaris voor de Mensenrechten) (Engels, PDF) - 18 januari 2013
Brief aan de Raad van Europa (Commissaris voor de Mensenrechten) - 13 juni 2012
Overzichtsschema onderscheid en discriminatie op de woningmarkt (PDF)
Rapport Gelijke Behandeling Volkshuisvesting - 5 januari 2012


Verzoekschrift aan het Europees Parlement - 11 november 2015

Aan: Europees Parlement, Voorzitter van de Commissie Verzoekschriften, B-1047 Bruxelles, Belgique

Amstelveen, 2 november 2015

Betreft: Verzoek om actie tot handhaving van de hierna vermelde resolutie

Resolutie Europees Parlement

Het Europees Parlement (EP) publiceerde op 30-04-2013 notitie A7-0155/2013 met een ontwerpresolutie over sociale huisvesting/huur.

In Juni 2013 nam het EP de resolutie aan m.b.t. sociale huisvesting/huur en riep op tot:

  1. forse investeringen in sociale huisvesting;
  2. herziening van de door de Nederlandse overheid vastgestelde inkomensgrens van 34.229 euro.

Oproep tot neutraliteit

Punt 55 uit de EP-resolutie:
roept de lidstaten op een huisvestingsbeleid te voeren dat gebaseerd is op het beginsel van neutraliteit tussen koopwoningen, particuliere huurwoningen en sociale huurwoningen, met inachtneming van diversiteit van plaatselijke situaties”.


Lees verder... (PDF)


Huursombenadering: de volgende stap in het afbraakproces van de huursector - 2 juli 2015

De volgende stap in het afbraakproces van de huursector

Inhoud

  • Doel van de huursombenadering
  • Wat is de huursombenadering
  • De huursombenadering in relatie tot eerdere ingrepen op de huursector
  • Eerdere ingrepen en aanleidingen tot ingrepen in de huursector
  • De afbraak van de sociale volkshuisvesting
  • Opmerkingen bij de huursombenadering
  • Verhuurderheffing niet afgeschaft bij invoering huursombenadering
  • Nieuw woningwaarderingsstelsel (WWS) per oktober 2015
  • Conclusie: huursom wordt huurstrop
  • Gelijke behandeling
  • Woonsombenadering als oplossing woonproblematiek volkshuisvesting

In het Woonakkoord 15 februari 2013  werd afgesproken dat het kabinet voor het einde van 2014 zou komen met een wetsvoorstel om de inkomensafhankelijke huurverhogingen te vervangen door de huursombenadering.

Lees verder... (PDF)


Open brief aan FNV over de motie 'Stop de verhuurdersheffing' - 4 mei 2015

Aan: FNV bestuur, t.a.v. Dhr. Leo Hartveld

Betreft: Open brief aan het FNV-bestuur en het FNV-ledenparlement aangaande de motie Stop de verhuurdersheffing

Bijlagen:

  1. Motie Stop de verhuurdersheffing (PDF)
  2. Handtekeningen ondersteuners motie 'Stop de verhuurderheffing' (tot op heden) (PDF)

Amsterdam, 4 mei 2015

Geachte heer Hartveld,

Onlangs heeft onze stichting, de Stichting gelijke behandeling volkshuisvesting (SGBV) contact gezocht met de FNV om te pleiten voor stopzetting van de verhuurdersheffing. Die leidt immers al drie jaar tot drastische huurverhogingen en sterke vermindering van de voorraad sociale huurwoningen. Door de enorme bedragen die woningcorporaties moeten afdragen (soms honderden miljoenen per corporatie) is ook de bouwsector zwaar getroffen.

In meerdere opzichten is vrijwel de gehele achterban van de FNV dus het slachtoffer van deze omstreden heffing: huurders, woningzoekenden, bouwvakkers, corporatiepersoneel en ook eigenwoningbezitters (als zij na ontslag, scheiding etc. zijn aangewezen op een betaalbare huurwoning). Wij kunnen ons daarom niet voorstellen dat de FNV hier niet openlijk stelling zou willen nemen. De FNV-campagne Koopkracht en Echte Banen leent zich daar onzes inziens uitstekend voor, omdat het zowel gaat om koopkracht als werkgelegenheid.

Toevallig kwamen wij in contact met een actief lid van het FNV Ledenparlement, die bereid was een door ons geschreven motie op de agenda te zetten. Wij zijn hem hiervoor zeer erkentelijk, maar het gaat natuurlijk niet om hem. het gaat echter, zoals reeds gezegd, ook niet alleen om de FNV-sector bouw en woondiensten, zoals ook blijkt uit de inmiddels 146 organisaties van huurders en woningzoekenden (waaronder het bestuur van de sectorraad FNV-Woondiensten, de Werkgroep Wonen FNV Amsterdam, de Huurderskaravaan en de Huurdersvereniging Amsterdam), (lokale) FNV-afdelingswerkgroepen en individuen (fnv-leden en niet-leden) die de motie mede hebben ondertekend. De bijval is overweldigend, uit alle delen van het land. Logisch, want iedereen woont ergens of wil ergens wonen. de nood onder huurders, woningzoekenden, bouwvakkers en corporatiepersoneel is hoog, erg hoog.

Evenals de woede over een belasting, die uitgerekend eenzijdig de sociale huursector treft. De vrije huursector en de koopmarkt worden niet extra belast. De verhuurdersheffing wordt daardoor breed ervaren als een onrechtvaardige aanval op de zwakkeren in de samenleving, waar de FNV voor zegt op te komen.

Wij weten hoe gevoelig de verhuurdersheffing politiek gezien ligt. De PvdA heeft het als ondertekenaar van het Regeerakkoord en het Woonakkoord gesteund. Hoewel de banden tussen PvdA en FNV historisch sterk zijn, roepen wij u op om nu onomwonden partij te kiezen voor de FNV-leden (en potentiële leden). De door minister Blok toegezegde evaluatie van de verhuurdersheffing kan hiervoor aangegrepen worden. Alles moet nu uit de kast gehaald worden om duidelijk te maken dat die schandalige heffing van tafel moet. Dat zou corporaties de ruimte bieden om de extra huurverhogingen ongedaan te maken, en de bouw van sociale huurwoningen weer volop ter hand te nemen. Als de FNV dit via een campagne voor elkaar krijgt, zal dat de vakbeweging enorm veel sympathie en ongetwijfeld nieuwe leden opleveren. Wij gunnen de FNV dat van harte.

Daarom verzoeken wij het FNV-bestuur deze brief en de motie, in nauw overleg met de sector bouw en woondiensten, met een positief advies te verspreiden onder alle leden van het FNV Ledenparlement.

Bij voorbaat dank.

Met vriendelijke groet,

Bestuur SGBV


Brief aan de Raad van Europa (Commissaris voor de Mensenrechten) - 4 augustus 2014

Subject: Public housing in the Netherlands - urgent request

Dear Mr. Muižnieks,

The situation on the public housing market in the Netherlands is particularly worrisome. The cause is the Dutch governments policy. Housing, a vital necessity, has been turned into an uncertainty factor for tenants. Legislation and fiscal measures make hugely unfair distinctions between tenants and home-owners (owner-occupiers), something we have been informing you about on several occasions.

These discrepancies are substantially increased by the so-called reforms put in motion by the Dutch government in 2013, actually causing an excessive rise in housing costs. 500,000 tenants are struggling financially due to this policy. Last July the government raised the rents again with 4 to 6 percent, with all the consequences that that entails.

The problems for 40% of the Dutch households, tenants, are huge because of high housing costs, and relentless sale and demolition of rented public housing. This while there are waiting lists of such housing for up to 13 years. This policy mainly affects the low incomes, elderly people, and single parent households.

On February 17 we sent a request by registered mail to you (see attachment). Up to this day we did not receive any acknowledgement of receipt. On July 13 of 2012 we sent you our report on the problematic nature of the house rental market in the Netherlands, and on April 23 and May 21 of 2013 we sent emails requesting you to intervene. On August 25 of 2013 we requested you by email to give answers on the questions posed to him.

With aforementioned letters and writings we want to demonstrate the discriminatory policy of the Dutch government; a disastrous policy to tenants. Home evictions and social exclusion are the order of the day. The February 17 letter mentions the disapproval of this policy by the European Parliament.

Our requests for improving this policy, directed at the Dutch Senate and House of Representatives, have not been answered.

Change of the current public housing policy is badly needed. Public housing deserves equal treatment and non-discrimination too. Furthermore, equal housing expenses for tenants and home-owners need to be turned into law and legislation. Such amendments make for a just and fair housing market reform. Who or what can be against equal treatment and non-discrimination?

On behalf of the committee of the SGBV Foundation (Stichting Gelijke Behandeling Volkshuisvesting/Foundation Equal Treatment Public Housing) I hereby would like you to inform us at short notice on the steps you might intend to take.

Yours sincerely,

Chairman of the SGBV Foundation
Mr. G.H. Groters

PowerPoint presentatie over de stichting

Ook in PDF formaat

Woonlastenregeling - een voorstel

Stichting Gelijke Behandeling Volkshuisvesting heeft in haar rapport van 5 januari 2012 een voorstel gedaan voor een woonlastenregeling , waarbij huurders en eigenaar-bewoners gelijk worden behandeld.

Hieronder vindt u uitgave 2 van de uitwerking van dit voorstel.

  1. De woonlast (deel van het inkomen besteed aan wonen) bestaat in principe uit twee componenten, te weten de quote wonen en de quote energie.
  2. Bij eigenaar-bewoners dient hierbij als woonlast de OZB belasting te worden opgeteld (lokale last). Deze lokale last is bij huurders verwerkt in de huur.
  3. De quote wonen behelst bij de huurders de huur en bij de eigenaar-bewoner de hypotheekrente.
  4. De huur, incl. service kosten, en hypotheekrente dienen als gelijke componenten te worden behandeld, dit voor de beoordeling van de woonlast.
  5. De voorgestelde woonlastenregeling voor huurders en eigenaar-bewoners dient voor hen gelijk te zijn, dit voor wat betreft wet- en regelgeving alsmede fiscale regeling(en), dit m.u.v. de OZB. Bij huurders is de OZB verwerkt in de huur en eigenaar-bewoners krijgen een aparte aanslag.
  6. Alle andere regelingen (o.a. erfpacht, forfataire bijtelling en onderhoud) m.b.t. het bezit van de eigen woning hebben geen betrekking op de woonlast, doordat zij aftrekbaar zijn en/of minder aftrek van de subsidie hypotheekrenteaftrek geven.
  7. Zowel de eventuele voordelen (waardevermeerdering) als nadelen (waardevermindering) van de woning behoren tot het voordeel/risico van het eigen woningbezit.
  8. De hier voorgestelde woonlastenregeling past de de huidige subsidie regelingen hypotheekrenteaftrek aan en vervangt de huurtoelage.
  9. De hypotheekschuld van zowel de woning die het verblijf van de eigenaar dient, alsook de tweede woning of recreatiewoning, is geen woonlast. Iedere aftrekmogelijkheid in welke box van de inkomstenbelang ook, is niet van toepassing.
  10. Bij deze nieuwe (voorgestelde) woonlastenregeling komt de forfaitaire bijtelling in het geval van eigenaar-bewoner te vervallen.
  11. Bij verhuur van de woning, zowel de eerste als de tweede- of recreatiewoning, geldt dat de inkomsten door verhuur geen woonlast is en derhalve bij de inkomst(en) dient te worden opgegeven in box 1 van de inkomstenbelasting.
  12. De gemiddelde woonlast dient op ca. 23% van het besteedbaar inkomen uit te komen, het Europees gemiddelde.
  13. ??e hoogte van de woonlast van ca. 23% geldt voor een (gezamenlijk) inkomen tot ca. ̠43.000 per jaar.
  14. Deze woonlastenregeling wordt in stappen afgebouwd tot een inkomen (gezamenlijk) van ca. ̠100.000 per jaar. Bij een (gezamenlijk) inkomen van ̠100.000 per jaar en hoger kan er geen aanspraak worden gemaakt op de voorgestelde woonlastenregeling, noch van iedere andere aftrekmogelijkheid.
  15. De afbouw vindt plaats in 5 stappen vanaf een (gezamenlijk) inkomen van ca. ̠43.000 per jaar tot een (gezamenlijk) inkomen van ca. ̠100.000 per jaar.
  16. Er wordt bij de voorgestelde woonlastenregeling niet meer gesproken over huishoudinkomen, noch een daarmee gelijk te stellen regeling. Als inkomen gelden alleen de wettelijke bepalingen zoals die zijn vastgesteld voor de inkomstenbelasting.
  17. Om een redelijk welstandsniveau te waarborgen, waarbij voldaan wordt aan het Europees Sociaal Handvest, is het meerdere van de woonlast boven de ca. 23% van het besteedbaar inkomen aftrekbaar in box 1, dit tot een (gezamenlijk) inkomen van 43.000 p/j. waarna punt 13 hiervoor geldt.
  18. Om tot de ca. 23% gemiddelde woonlast van het besteedsbare inkomen te komen, dient een aftrekfactor/dienen aftrekfactoren te worden vastgesteld welke in box 1 van de inkomstenbelasting kan/kunnen worden gehanteerd. Voor een berekening hiervan worden steeds de laatst geldende belastingschijven gehanteerd.
  19. De keuze van de huurwoning en koopwoning is, in het geval van in aanmerking willen/moeten komen voor de woonlastenregeling, niet zonder meer vrij. Hier geldt, dat de hoogte van het inkomen de keus van de woning moet bepalen. Hiervoor zal een sociale richtlijn moeten worden opgesteld. De woonlast dient in principe door de bewoner(s), m.u.v. inwonende kinderen, te worden opgebracht.
    Uit het inkomen van huurder en/of eigenaar-bewoner moet blijken of hij/zij in aanmerking komt voor de woonlastenregeling. Is dit het geval, dan:
    1. komt de huurder in aanmerking voor een woning uit het sociale segment of uit de vrije sector, welke in verhouding staat tot zijn/haar inkomen;
    2. komt de eigenaar-bewoner in aanmerking voor de koopwoning, die in verhouding staat tot zijn/haar inkomen.
  20. Voor alle vermelde fiscale regelingen geldt, dat rekening dient te worden gehouden met economische ontwikkelingen/wijziging van inkomen (inflatie).
  21. De woonlast dient specifiek door de hoofdbewoner(s), m.u.v. inwonende minder- en meerderjarige kinderen, te worden opgebracht. Kinderen dienen zowel in een koopwoning, als een huurwoning, een eigen bestaan te kunnen opbouwen en te kunnen werken en sparen om een studie/goede toekomst te kunnen bekostigen. Stapeling van WW-uitkeringen dienen middels de UWV beperkt te worden en mogen geen invloed hebben op de woonlasten van de hoofdbewoner(s).

Noot: Deze uitgave is tekstueel aangepast t.o.v. uitgave 1, dit onder andere v.w.b. de afbouw in stappen van de regeling.


Brief aan de Raad van Europa (Commissaris voor de Mensenrechten) - 13 juni 2012

Page 1

Amstelveen, 13 juni 2012

Office of the Commissioner for Human Rights

Council of Europe

F-67075 Strasbourg Cedex, France

Raad van Europa, Commissaris voor de mensenrechten

Algemeen

  1. Gelet op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en daarbij op de overeengekomen artikelen, richt het bestuur van de Stichting Gelijke Behandeling Volkshuisvesting zich tot u. Wij constateren dat de Nederlandse Regering op het terrein van volkshuisvesting een beleid voert dat in strijd is met de fundamentele rechten van de mens, zoals is bepaald door internationale verdragen.
  2. Daarnaast is het beleid dat wordt gevoerd in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur. Op praktisch alle aspecten van volkshuisvesting wordt er direct- en indirect onderscheid gemaakt en is er sprake van voorkeursbehandeling van eigenaar-bewoners ten opzichte van huurders.
  3. Er vindt door de Nederlandse Overheid geen gelijke behandeling plaats op het terrein van volkshuisvesting: volkshuisvesting is namelijk bewust uit deze wet gelaten teneinde eenzijdig overheidshandelen mogelijk te maken. Wij zijn zo vrij u hiervoor te verwijzen naar de mail van de Commissie Gelijke Behandeling van 5 oktober 2006, die als productie nr. 1 bij dit onderhavig schrijven is gevoegd.

Voorwaarden waaraan wij menen te voldoen om ons tot u te kunnen wenden:

  1. Indieners, het bestuur van de Stichting Gelijke Behandeling Volkshuisvesting, zijn direct betrokken c.q. dan welzijn slachtoffer van een schending van ꪮ of meer fundamentele rechten, zoals omschreven in het EVRM, art. 34.
  2. De klacht is gericht tegen een publieke instantie, namelijk de Nederlandse Overheid als wetgever;
  3. In overeenstemming met artikel 35 van het EVRM is er een klacht bij de Commissie Gelijke Behandeling ingediend, daarna werd de Nationale Ombudsman benaderd. Deze wees de klacht af, omdat hij de wet moet respecteren. Hierna waren de nationale rechtsmiddelen uitgeput en is wijziging van het ter zake dienende beleid afhankelijk van de Overheid c.q. de volksvertegenwoordiging. Doordat volkshuisvesting uit de Algemene Wet Gelijke Behandeling is gelaten en toetsing aan de Nederlandse Grondwet niet is toegestaan, is uw hof ons laatste redmiddel;
  4. Een nationale beslissing is in deze niet van toepassing/niet mogelijk.

Page 2

Huidige werkwijze Nederlandse Overheid

  1. De Nederlandse Overheid maakt bewust onderscheid in de behandeling van huurders versus eigenaar-bewoners door direct- en indirect onderscheid te maken en voorkeursbehandeling toe te passen voor eigenaar-bewoners. Zij schendt onder andere het zorgvuldigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel, het verbod van d굯urnement de pouvoir en het fair-play-beginsel.
  2. In zowel wet- als regelgeving, alsook bij fiscale regelingen, wordt onderscheid gemaakt en voorkeursbehandeling toegepast.
  3. De woonlasten (woonquote + energiequote) zijn al vele jaren zeer in het nadeel van huurders en vertonen grote verschillen in hoogte ten opzichte van de woonlasten van eigenaar-bewoners. Onterecht wordt hier het besteedbaar inkomen van huurders zeer negatief be௶loed door de fiscale regeling voor eigenaar-bewoners (ten opzichte van eigenaar-bewoners), te weten de aftrek van hypotheekrente en de aftrek van hypotheekschuld.
  4. De fiscale regeling voor eigenaar-bewoners wordt niet conform het gestelde in Artikel 34, lid 3 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie toegepast. Juist personen met hoge inkomens en/of veel vermogen, krijgen bijstand voor wonen c.q. vermindering van woonlasten.
  5. De huurmarkt is zeer in het nadeel, dit voor wat betreft het aantal beschikbare woningen. Wachtlijsten van meer dan 13 jaar voor een huurwoning, dit in vele regios van Nederland, zijn daarvan een gevolg.
  6. Woningzoekenden worden door dit beleid gedwongen tot koop van een woning en zodoende het op zich nemen van schuld. Dit is bewust beleid van de Nederlandse Overheid.
  7. Goede sociale huurwoningen worden gesloopt of worden verkocht, dit hoewel er sprake is van grote tekorten aan huurwoningen. De voor deze woningen gestelde inkomensgrens van ̠33.614 per jaar is, gezien de loonontwikkeling van de laatste jaren, veel te laag.
  8. Extra belasten van huurders door extra huurverhogingen toe te passen, hetgeen doorstroming zou moeten bevorderen, is verkeerd beleid. Woningzoekenden worden hierdoor in feite gedwongen om een woning te kopen en een hypotheekschuld aan te gaan. Voor veel huurders is koop echter niet mogelijk door een te laag inkomen en huurwoningen zijn er niet of zijn zeer onvoldoende voor handen.
  9. Het beleid, hiervoor bij punt 4 en 6 beschreven, heeft geleid tot een exorbitant hoge hypotheekschuld. Zowel de OESO als de IMF wijzen op dit verkeerde Nederlandse beleid. Bovendien heeft ook het Centraal Plan Bureau (CPB) van Nederland, haar bezwaren hiertegen in rapporten geuit.

Steeds weer directe en indirecte verschillen

  1. Uit nood geboren maakt de Nederlandse Overheid steeds weer regels die onderscheid maken tussen huurdersgroepen onderling en tussen huurders versus eigenaar-bewoners.
  2. Bij voortdurend ingediende voorstellen over volkshuisvesting aan de Nederlandse Overheid of door haar zelf, worden grote verschillen gemaakt tussen huurders en eigenaar-bewoners en wordt de voorkeursbehandeling van de laatste groep gehandhaafd of grotendeels gehandhaafd. Belangenverstrengeling en particularisme spelen bij beleidskeuzes wellicht een grote rol.

Rapport Gelijke Behandeling Volkshuisvesting

De Stichting (SGBV) heeft in januari 2012 een rapport uit laten komen met daarin aangegeven de verschillen die op onderhavig terrein worden gemaakt. (Productie nr. 2, vertaling in het Engels volgt later dit jaar) Naast dit rapport is een stroomschema toegevoegd, zijnde een samenvatting op hoofdpunten uit het rapport. (productie 3.)


Page 3

Discriminatoir beleid

  1. Op het volledige terrein van volkshuisvesting, in zowel de wetgeving als de regelgeving, evenals bij fiscale regelingen, wordt discriminatoir beleid gevoerd. Er wordt direct- en indirect onderscheid gemaakt en er wordt voorkeursbehandeling toegepast.
  2. Het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens geeft recht op eerbiediging van priv魬 familie- en gezinsleven, artikel 8. Lid 1 en lid 2 wordt door de Nederlandse overheid geschonden. Wetgeving van latere datum dan van het EVRM, is in principe in strijd met dit verdrag. Voorbeelden zijn beschreven in bijgevoegd rapport van onze Stichting. 3. Artikel 14 uit het EVRM verbiedt discriminatie in de ruimste zin van het woord. Protocol nr. 12 bevestigt het beginsel van non-discriminatie en de staten die partij zijn, zoals ook de Nederlandse Overheid, zijn niet belet maatregelen te treffen ter bevordering van volledige en daadwerkelijke gelijkheid. 4. Artikel 31 uit het Sociaal Handvest van de Raad van Europa, dat de garantie van non-discriminatie in het volkshuisvestingsbeleid omschrijft, wordt naar onze mening eveneens door de Nederlandse Overheid geschonden.

Volkshuisvestingsbeleid

  1. Op grond van internationale wetgeving, waaronder het Europees Sociaal Handvest, behoort het volkshuisvestingsbeleid uit te gaan van het principe van non-discriminatie.
  2. Wij constateren bij de Nederlandse Overheid een vaste bestuurspraktijk op het terrein van het volkshuisvestingsbeleid (eenzijdig overheidshandelen), die indruist tegen het principe van non- discriminatie.
  3. De Nederlandse Overheid handelt hiermee in strijd met artikel 14 uit het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens, het Sociaal Handvest van de EU en het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie.

Het Bestuur van de Stichting verzoekt u

  1. De Nederlandse Overheid te veroordelen wegens discriminatie op het terrein van volkshuisvesting door het maken van onderscheid, zowel direct als indirect, alsmede van voorkeursbehandeling.
  2. De Nederlandse Overheid te verordenen de Algemene Wet Gelijke Behandeling uit te breiden met volkshuisvesting/wonen, daarbij rekening houdend met speciale gevallen, verwoord in de Huisvestingwet.
  3. Een Europese verordening uit te vaardigen dat er geen direct- noch indirect onderscheid mag worden gemaakt op het terrein van volkshuisvesting evenals van voorkeursbehandeling, daarbij rekening houdend met speciale gevallen, verwoord in de Huisvestingwet.
  4. Bij de EU aan te dringen op snelle invoering van de derde non-discriminatie richtlijn waarin ook volkshuisvesting dient te worden opgenomen.
  5. 5Bij de EU erop aan te dringen dat het basisbedrag van het inkomen dat bepalend is om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning vastgesteld wordt op ca. ̠45.000 per jaar, dit ter voorkoming van sloop en verkoop van goede en betaalbare sociale huurwoningen. Bij het thans door de Nederlandse Overheid gestelde bedrag groot ̠33.614 als grens is zeer onvoldoende rekening gehouden met de loonontwikkeling in de afgelopen jaren. Hierbij dient dit bedrag jaarlijks in hoogte te worden aangepast aan de inflatie/economische ontwikkelingen.

Page 4

Toezending Rapport in de Engelse Taal

Indien door uw Raad gewenst, stuurt het bestuur van SGBV medio augustus u het rapport toe in de Engelse taal.

Met de meeste Hoogachting SGBV

Voorzitter, G.H.Groters
Secretaris, F.F. Del Pomo

Bijlagen:

  1. Email Commissie Gelijke Behandeling, gedateerd 5 oktober 2006;
  2. Rapport Gelijke Behandeling Volkshuisvesting, gedateerd 5 januari 2012;
  3. Overzicht hoofdpunten uit het rapport van 5 januari 2012.

Top



Cookies helpen ons onze services te leveren. Door onze services te gebruiken, geeft u aan akkoord te gaan met ons gebruik van cookies. OK